Nieuwe tijden
Ik wist dat het tijd was. Ik had
mijn schoenen al gestrikt om te
dansen op water, maar keek om.
Je afwezigheid doordringt me
als water dat te diep is. Ik dans
en wankel met beurse knieën.
Ik heb een steen, geconserveerd
onder ijs. Nooit vroor ijs sneller toe.
Eens breekt een nieuw seizoen aan.
Ik weet dat nu de tijd is. Ik accepteer
de hand die me opricht om te dansen
op water. Ik zing. De steen is vergruisd.


