14 november, 2008

Nieuwe tijden

Ik wist dat het tijd was. Ik had
mijn schoenen al gestrikt om te
dansen op water, maar keek om.

Je afwezigheid doordringt me
als water dat te diep is. Ik dans
en wankel met beurse knieën.

Ik heb een steen, geconserveerd
onder ijs. Nooit vroor ijs sneller toe.
Eens breekt een nieuw seizoen aan.

Ik weet dat nu de tijd is. Ik accepteer
de hand die me opricht om te dansen
op water. Ik zing. De steen is vergruisd.

05 september, 2008

Een reis

Ik ben een koffer. Mijn brandende fragmenten
geblakerd. Hoop kan alleen een mijnenveld zijn.
Een reisprogramma van onuitwisbare schande.
Ik ben een koffer met fragmenten. Ik brand in
bittere ondraaglijke pijn. Herinner verminkte liefde.
Heen en weer geslingerd, verwonde gevoelens.
Ik ben een koffer met brandende fragmenten.
Verkoolde hoop. Ik ben mijn eigen mijnenveld.

09 augustus, 2008

Stilte

Waar de stilte begint,
vriest het in augustus.

Op mijn reis tussen
gister en morgen
gaf ik op
wat ik nooit kreeg.

Ik kom aan bij jou
aan de andere kant
bij de dooi van juli.

Woorden smelten
een spoor en ik vind
de weg terug naar stilte.

14 juli, 2008

Ook ik

En als ze komen met hun verhaal,
blijken ze overlevenden, allemaal.

Ik hoor bij hen, ik spreek hun taal.
Zij zijn het plan waarin ik verdwaal.

13 mei, 2008

Omkeer

leegten, zwanger van succesverhalen
zelfgekozen vlakte, geen bergen of dalen
een eindeloze tredmolen zonder band
ver weg echoot zwak dat andere land

tot de nacht zwicht
voor het morgenlicht

tot je omkijkt en
alles anders blijkt

zonder succesverhalen, alleen leegten
die bij het ontwaken het diep laten ontstaan
ik val stil, de machinerie komt tot staan
ik weet, ik ga terug naar het andere land

20 maart, 2008

Getijden

Je kleed blijft achter waar
ijzige zwavel stroomt.
Je trilt in verscheurende pijnen door het
snauwen en grauwen achter het zwarte glas.
Je huilt en klaagt.
Een lichte herinnering aan toen, toen de stromen kwamen.

De wind en de boten, je geest blijft hier.
Wat blijft is de herinnering.

Jij weet nog niet welke kust je zult nemen.
Kusten roepen hier en daar.

Je moet een kanaal kiezen,
Opdat de dijk niet zal breken.

In de avond zie ik uit over
weidse verten, en ben stil.
Ik adem jouw adem, dag in, dag uit.
We verzachten de tijd.
Wij, de wolf en de leeuw
bewonen de witte torens.

Ons schip ligt diep.
We roeien bij kaarslicht en
bevechten de schaduwen.

In deze spelonk van haat had ik je nog bijna verloren.

En jij kiest uiteindelijk een kanaal,
jouw dijk zal niet breken.

09 maart, 2007

Woorden

Ik hoorde de rivier fluisteren
De wind huilde met droge ogen
Toen de rivier mij vertelde
Over een oever die verdween

En de dijk brak vandaag
Scherven schrijven cirkels
En een cello zingt een lied
Je woorden vervagen

Ik hoorde de rivier schreeuwen
Ik verstomde oorverdovend
Want jij vertelde nooit aan mij
Dat de oever voorgoed verdween

25 augustus, 2006

deel van

zomaar wat takken
fragiel gegroepeerd in een vaas
vol schoonheid zijn ze

hak in de wortel:
maak vrij van komaf. maar,
ontken niet mijn zijn

vorm in boom, een groei
stillevens ontstaan niet zelf
artwork in progress

samengebonden:
een woord zo zoet, maar ik breek:
de wortel ontbreekt

21 mei, 2006

Indruk

Je kwam in stilte.
De indruk die je maakt,
een meesterlijk werk.
[achter het behang]
De waarde ongekend,
daarom onbemind.
Daarom ga je
weer in stilte.
[alleen ik weet]
Ik mis je nu al.

05 februari, 2006

Paard van Troje

Het bolwerk diende zich aan.
De heraut, denkend aan eigen plaats,
rolde de rode loper uit.
“Ongehoord!” was de reactie,
en hij werd ook niet gehoord.
Mijn taak was een voetstuk te maken.
Ik ontdekte het “made in Troje”.
De heraut, een nar naar ware aard,
eiste een stal voor het paard.
Terwijl het gevraagde voetstuk
vorderde, zon ik op wegen
om dit bolwerk te slechten.